Tussen Eljero en Igone
Door Robert Heukels | 01 oktober 2012 | Rubriek: Blog
Het is al bijna weer twee jaar geleden dat ik een dagje mocht optrekken met de sterren van Het Nationale Ballet. Ik schreef een portret met en over eerste soliste Igone de Jongh, een begenadigd talent, moeder van de kleine Hugo, geliefde van mededanser Mathieu Gremillet. Die dag keek ik mijn ogen uit. Aan de hand van balletmeester Guillaume Graffin en senior balletdocent Rinat Gizatulin zag ik jonge mensen, uit alle windstreken, gedisciplineerd en gepassioneerd oefenen. En oefenen. En oefenen. Het zweet spatte alle kanten op, lichamen deden dingen waarvan ik niet wist dat lichamen zulke dingen konden doen en dat alles had iets plechtigs, het was een gracieus spel, een volledige overgave, alles ineen.
’s Middags werd er gedetailleerd aan een stuk gewerkt, onder leiding van de meester en zijn muze, choreograaf Hans van Manen en het hoofd van de artistieke staf, Rachel Beaujean. Het viel me op een gegeven moment op dat ik steeds weer dezelfde gezichten ontwaarde. In een dag leerde ik ze allemaal kennen, de gezichten, de houdingen, de stijl, de sprongkracht, de vreugde, de dynamiek. De vergelijkingen met het voetbal drongen zich genadeloos op. Zoals ik in de jaren negentig de diverse stijlen van de Ajacieden van Louis van Gaal van grote afstand herkende, zo begon ik een nieuwe schat in mijn geheugen aan te leggen voor de dansers van het Nationale Ballet. Bij Ajax ging dat zo: Rijkaard groot en sterk, ferme passen. Davids: een roofdier, stevige tred. Finidi: dansend, een hinde. Overmars: de gedrongen sprinter. Ronald de Boer: parmantig, elegant. En zo verder. Die ene dag noteerde mijn geheugen in potlood: Matthew Golding sprongkracht, Casey Herd ongekend allround, Jozef Varga gracieus en koninklijk, Igone de Jongh elegant en intens.
Afgelopen woensdag hadden we ze. Kaarten voor ‘De hand van de meester’. We zaten prachtig, maar te ver af om de gezichten te ontwaren en desondanks was het een feest mijn helden van het ballet te herkennen. Varga en Herd dansten briljant en droegen de avond, hoewel ik daarmee de anderen tekort doe, eigenlijk was de collectieve prestatie ongelooflijk. Had Ajax met zoveel overtuiging, bezieling en passie tegen FC Twente gespeeld, dan was het 8-0 geworden.
Ik weet het, het mag niet. Vergelijken is dodelijk, het zijn twee volkomen diverse werelden. En toch. Ajacieden lopen na aan training van anderhalf uur naar de auto, de fans aan hun voeten, de media overal. Voetballers zijn sterren. Dure auto’s, dure vriendinnen, dure blunders. Als er eens eentje gewisseld wordt, staat het gezicht op onweer en hebben we een item te pakken, daar weten de social media wel raad mee. Ik zag op internet vandaag overal het ontevreden gezicht van één van mijn favoriete voetballers, Eljero Elia, hij had Bremen-Bayern niet af mogen maken van zijn trainer, de ongelukkige.
Tsja. Dan denk ik aan Igone, die na ons interview opging in de massa. Fietsje uit het rek, sobere grijze kledij, niemand die stopte, niemand die de absolute ster van het Nederlandse ballet herkende. Ze woonde klein, had ze verteld, voor haar bestond de roem uit het klaterende applaus en een lachje van Hugo. Dag na dag danst ze, urenlang, avond aan avond, altijd en overal: bizar hoog niveau. Ja, voetbal fascineert me en ik hunker naar de verhalen. Maar mijn hart ligt bij de fenomenale jonge mensen van Het Nationale Ballet, voor wie dure auto’s, dure groupies en dure blunders nauwelijks lijken te bestaan. Voor de ware kenner zijn ze niet anoniem. Je zou wensen dat er meer mensen eens een dagje in hun leven mogen volgen. Misschien een bekende voetballer, ja, dat is pas een idee. VPRO, VARA, KRO, pak uw kans!